Nieuwland Schouwen-Duiveland

Van Ark

Ga naar: navigatie, zoek
single related others afbeeldingen


Inhoud

[bewerk] Algemeen

Oudland en nieuwland zijn twee landschapstypen van het zuidwestelijk zeekleigebied. Oudland heeft zich, zoals de naam het zegt, eerst gevormd, nieuwland ontstond in het midden van de 13e eeuw toen de mens land op de zee probeerde te herwinnen.

[bewerk] Nieuwland

In tegenstelling tot de voorgaande eeuwen [1] werden vanaf het midden van de 13e eeuw dijken niet enkel meer aangelegd om het bestaande land te verdedigen, maar ook om nieuw land aan te winnen. De ge-/herwonnen gebieden werden nieuwland genoemd. De gronden bestonden zowel uit opwassen en aanwassen, als uit weer opgeslibd verdronken oudland. In de nieuwlandpolders liggen vaak resten van kreken, die bij de bedijking afgesloten werden van het buitenwater. Doordat ze hoger zijn opgeslibd en de bodem minder zakte (inklinken) toen het water wegtrok liggen de nieuwlandpolders hoger in het landschap dan de oudlandpolders. Hierdoor vertonen ze ook een meer egale bodemopbouw. De bewoning van de nieuwlandpolders was door dit ontbeken aan grote niveauverschillen niet gebonden aan bepaalde hoogliggende delen. De boerderijen werden dan ook verspreid op de vlakke polders gebouwd. De nieuwe nederzettingen gingen zich vooral concentreren langs wegen en dijken (dijk- en straatdorpen). Later, in de 15e eeuw, ontstonden ook de eerste voorstraatdorpen. Door de goede afwatering van de polders kon ook een groot deel van het land gebruikt worden voor akkerbouw en fruitteelt. Vooral meekrap, vlas en graan waren populair in het begin. Later verbouwde men ook aardappelen en suikerbieten. Alleen de laagst gelegen delen langs de kreken werden als grasland gebruikt. Diverse polders overstroomden meermaals, welen en kreken getuigen van de verschillende dijkdoorbraken. Als reactie op deze overstromingen werden inlaagdijken aangelegd. Deze werden gebouwd op plaatsen waar de bestaande dijken dreigden door te breken. Het gebied tussen de oude dijk en de nieuwe inlaagdijk werd de inlaag genoemd. Om de dijken nog te versterken, werd klei van de inlagen afgegraven, waardoor er langgerekte plassen ontstonden die door elkaar werden gescheiden door dammen. Omdat deze klei met karren werd afgevoerd, kregen de gebieden de naam karreveld. In de 19e eeuw is het landschap van de nieuwlandpolders plaatselijk sterk beïnvloed door de aanleg van spoorwegen, kanalen en dammen. Ook door de watersnoodramp van 1953 en de grootschalige herverkavelingen in de periode die er op volgde, zorgden ervoor dat de verschillen tussen oudland en nieuwland grotendeels verloren gingen.

[bewerk] Locatie

Het overgrote deel van Duiveland, met uitzondering van het gebied rond Zierikzee, bestaat uit nieuwland. Het nieuwland werd vanaf het midden van de 13e eeuw bedijkt. Ook de scheidingsgeul tussen Schouwen en Duiveland, de Gouwe, werd gaandeweg afgedamd en ingepolderd. De systematische bedijking van nieuw land ging door tot in de 20e eeuw. Aan de zuidkust van Schouwen-Duiveland is veel land verloren gegaan. Tussen 1475 en 1650 is zo’n 3500 hectare aan polderland verdwenen, inclusief een aantal dorpen zoals Oudekerke, Zuidkerke, Simonskerke en Koudekerke gingen verloren door het optrekkende water. Langs de zuidkust liggen tegenwoordig nog veel inlagen.

[bewerk] Kenmerken

Open, agrarische polders, een rationele verkaveling en inrichting van de polders, rechte dijken, inlagen, karrevelden, welen en kreken vormen de voornaamste kenmerken van nieuwland.

[bewerk] Bronnen en referenties

Bronnen en referenties:

bronvermelding

Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen