Kuststrook Zuidkust Schouwen-Duiveland

Van Ark

Ga naar: navigatie, zoek
single related others afbeeldingen

De zuidrand van Schouwen-Duiveland is in cultuurhistorisch opzicht bijzonder en werd daarom aangeduid als waardevol gebied CHS.

In het gebied liggen een groot aantal historisch-waterstaatkundige elementen die inzicht geven in de eeuwenlange waterstaatsgeschiedenis van het gebied.

De binnen de CHS onderscheiden strook bestaat uit twee deelgebieden, gelegen aan weerszijden van de zuidkant van Gouwepolders (Duiveland). Deze zuidkant sluit in historisch opzicht ook aan bij het gebied Kuststrook, want dit is eveneens een optelsom van historisch-waterstaatkundige elementen. Om een overlap van bijzondere gebieden te voorkomen, is er echter voor gekozen het gebied Kuststrook niet in het Belvederegebied te laten doorlopen.

In de loop der eeuwen heeft de zuidkust van Schouwen-Duiveland het zwaar te verduren gehad. Veel land ging bij stormvloeden en overstromingen verloren, vooral tussen Westenschouwen en Zierikzee. Van de in totaal circa 3500 ha die Schouwen-Duiveland als geheel aan de zee moest prijsgeven, verdween tussen Westenschouwen en Zierikzee zo'n 3050 ha. De kust lag daar dan ook tegen het eind van de Middeleeuwen zo'n 4 km zuidelijker dan nu. O.a bij stormvloeden van 1421 (St. Elizabethsvloed), 1477 en 1530 gingen aanzienlijke hoeveelheden land verloren. Ook bij de watersnoodramp van 1953, toen Schouwen-Duiveland voor het grootste deel overstroomd raakte, bezweek de dijk aan de zuidkust op een aantal plaatsen; grote doorbraakgaten ontstonden bij Schelphoek en Ouwerkerk.

Men reageerde in het verleden op de veelvuldige bedreiging van de zeedijken en het landverlies door het leggen van inlaagdijken. Deze werden aangelegd achter de zwakke plekken in de zeedijk. De inlaagdijk werd aan beide einden met de oude dijk verbonden. Tussen 1475 en 1654 is een groot aantal inlagen aangelegd aan de Schouwse zuidkust. De meeste daarvan zijn successievelijk in zee verdwenen. Een aantal inlagen is bewaard gebleven; de grootste is de Koudekerkse Inlaag uit 1654.

Tussen Westenschouwen en Zierikzee bestaat de huidige zeedijk uit een samenstel van dijken uit de 16e tot en met de 20e eeuw. De meest recente dijken dateren uit 1953. Ten oosten van Zierikzee, waar veel minder land is verdwenen dan aan de westkant, daterende zeedijken voor het grootste deel uit de tweede helft van de 18e eeuw.

Een aantal nollen, aan de buitenkant van de zeedijk liggende restanten van door de zee weggeslagen dijken, herinnert aan de verdwenen dijken. Voorbeelden zijn de Westnol bij Burghsluis, de Kurkenol en de Noord- en de Zuidbout.

Interessant is het verschil tussen de dijken uit 1953 bij Schelphoek en Ouwerkerk. Bij de dichting van het gat bij Schelphoek werd ervoor gekozen de oude zeedijk niet te herstellen maar daarachter een nieuwe te leggen. In deze Ringdijk herinneren caissons en een betonschip nog aan de ramp. Bij Ouwerkerk werd het omgekeerde gedaan. Daar werd een nieuwe dijk over de voorliggende slikken gelegd. De polder Vier Bannen werd daarmee 45 ha groter.

De roerige waterstaatsgeschiedenis -tot en met het op Deltahoogte brengen van de zeedijken- is aan de grillige kustlijn aan de zuidkant van Schouwen-Duiveland goed afleesbaar. De dijken, inlagen, nollen en andere met de buitenwaterkering verbonden elementen (o.a. werkhavens, karrevelden) vertellen het verhaal van de eeuwenlange omgang met het buitenwater. Hierin ligt primair de grote cultuurhistorische waarde van het gebied.

Aanvullend zijn enkele elementen die verband houden met de beheersing van het binnenwater zoals de spuiboezems bij de Flaauwers Inlaag en de Prommelsuis en enkele (landbouw/veer)haventjes als Viane.

[bewerk] Bronnen en referenties

Bronnen en referenties:

    Aspecten/acties
    Persoonlijke instellingen